Hoe werkt het?

We begrijpen dat het nieuws van de LuchtGravitatieMolen heel veel vragen oproept. U zult begrijpen dat wij zuinig omgaan met onze intellectuele eigendommen maar we zullen toch proberen iets meer duidelijkheid te scheppen.

Vraag: Hoe kan met gebruik van slechts een klein beetje externe energie, het primaire actieve vliegwiel (de LuchtGravitatieMolen) een secondair systeem met 100% gravitatie aandrijven?

Antwoord: De LuchtGravitatieMolen is voorzien van minimaal twee “MDS” systemen, één systeem per werkmassa. De werkmassa’s in de molen worden met een heel klein beetje externe energie in beweging gebracht waardoor het “MDS” systeem wordt geactiveerd. De ‘wet van behoud van energie’ zorgt er voor dat ongeveer dezelfde hoeveelheid energie weer kan worden teruggenomen uit de molen. Maar de beweging heeft ook een ander gevolg die niet ten koste gaat van de gebruikte rotatie energie.

De LuchtGravitatieMolen verschuift de werkmassa’s namelijk met behulp van de MDS systemen naar een hoogte die de beginstand van de massa’s ver overtreft (meters). Het inertie-aanhangpunt* van de werkmassa’s (met een gewicht van 1000 tot 15000 kilo) komen op een veel hoger gelegen positie. En dat is potentiële, kinetische energie.

Eén van de vele verschijnselen is dat elke massa zich tot 40 booggraden boven de top (hoogste punt) van de LuchtGravitatieMolen wil verplaatsen. De molen dwingt het gewicht vanzelfsprekend een vast traject door de molen af te leggen, zodat de kinetische energie van de massa na een vrije val (kwadratische versnelling) kan worden benut. Deze energie wordt gebruikt om de weerstand aan de omhooggaande zijde van de molen op te heffen, zodat dit de rotatie niet meer af kan remmen. De overige energie wordt gebruikt voor het aandrijven van het secondaire systeem.

*Het inertie-aanhangpunt is de positie/plaats (ankerpunt) waar een werkmassa zich in ruststand zou bevinden als de molen tot stilstand zou worden gebracht. Tijdens de rotatie worden er verschillende “ankerpunten” gebruikt.